Is biobased de weg naar een duurzamere bouwwereld?:

06
Apr
2016
Is biobased de weg naar een duurzamere bouwwereld?
Er is een toenemende behoefte aan biobased materialen. De huidige economie draait voornamelijk op fossiele grondstoffen (fossilbased) met alle schadelijke gevolgen van dien. Er is in de afgelopen decennia een beweging in gang gezet van ontwikkelen van een nieuw soort materialen: biobased. Deze materialen zijn gemaakt van hernieuwbare grondstoffen, dus gemaakt van gewassen en bomen die door middel van fotosynthese CO2 uit de lucht vastleggen. Deze CO2-kringloop wordt kort-cyclisch genoemd en draagt, in tegenstelling tot de lang-cyclische CO2-kringloop van de fossiele grondstoffen, niet bij aan het broeikaseffect. 
 
Biobased materialen lijken daarom de toekomst, maar is dat wel zo? Zijn biobased materialen beter voor het milieu dan de fossilbased materialen? Het antwoord is genuanceerder dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. 

 

Voordelen van biobased bouwen

Biobased materialen hebben een aantal belangrijke voordelen, waarmee ze een grote rol kunnen spelen in de toekomstige bouw. Wellicht het grootste voordeel van biobased materialen is dat ze nagroeibaar zijn en dus in principe nooit op zullen raken. Bovendien nemen bomen en planten CO2 op en leggen dit vast, waarmee ze het broeikaseffect tijdelijk tegengaan. Als het oogsten ook zonder milieubelasting kan plaatsvinden, zit dat product op het onderdeel productie goed.

Een ander belangrijk voordeel van biobased materialen is dat zij, zodra zij in de afvalfase terechtkomen, eigenlijk geen impact op het milieu hebben. Terwijl traditionele bouwmaterialen nog lang niet altijd volledig gerecycled kunnen worden of maar een beperkt aantal keren gerecycled kunnen worden, ligt dat voor biobased materialen anders. Biobased materialen kunnen als grondstof voor nieuwe materialen dienen (compost) of er kan energie opgewekt worden door ze te verbranden. De CO2 die hierbij vrijkomt, is kort-cyclisch en draagt daarmee niet bij aan het broeikaseffect, zoals dat wel het geval is bij de verbranding van fossiele grondstoffen.

Aandachtspunten biobased bouwen

De voordelen van biobased materialen zijn duidelijk. De volgende vraag is of deze voordelen resulteren in een lagere milieuscore. Milieuscores worden berekend met behulp van een levenscyclusanalyse (LCA). Alle aspecten op milieugebied, van de winning van grondstoffen, transporten, productie, gebruik tot aan de verwerking in de einde levensduur, worden bij een LCA in beeld gebracht. Er wordt bovendien niet alleen gekeken naar het broeikaseffect, maar naar een groot aantal milieueffecten.

Wanneer een LCA berekening gemaakt wordt voor biobased materialen verwacht je op basis van de eerder genoemde voordelen natuurlijk lage milieuscores. Dit blijkt in de praktijk echter niet altijd het geval te zijn. Naast de voordelen van biobased materialen zijn er ook een aantal aandachtspunten te noemen.

Productie

Een aandachtspunt bij houtproducten is de herkomst. Hoewel hout altijd biobased is, maakt het nogal uit of het gewonnen wordt uit een duurzaam beheerd bos of tropisch regenwoud. Voor een goede milieuscore is het van belang dat hout uit duurzaam geproduceerde bossen komt.

Andere biobased producten worden geproduceerd door middel van intensieve landbouw. In de intensieve landbouw wordt op grote schaal gebruik gemaakt van kunstmest en bestrijdingsmiddelen (pesticides), met alle daarbij horende nadelige gevolgen voor het milieu. Biologische landbouw kan een deel van deze milieuproblemen wegnemen, maar daarvan is de productie weer minder efficiënt.

Transport

Als we kijken naar het transport van grondstoffen dan zijn er twee aspecten van belang bij het bepalen van de milieuscore: de afstand en het gewicht. Hoe zwaarder een product is, hoe meer brandstof er nodig is om het te verplaatsen. Voor de afstand geldt iets vergelijkbaars: hoe groter de afstand, hoe meer diesel er nodig is om de grondstof of het product op zijn bestemming te krijgen. Biobased producten hebben het nadeel dat ze soms substantieel zwaarder zijn dan de fossilbased-equivalenten. Een houten kozijn is bijvoorbeeld een stuk zwaarder dan aluminium kozijn.

Levensduur

De levensduur van traditionele bouwproducten is in veel gevallen substantieel langer dan van biobased producten. Biobased producten moeten daarom vaker vervangen worden dan de traditionele materialen, wat uiteraard nadelig is voor de milieuscore van een product. Ter illustratie: de levensduur van een rieten dak is circa 40 jaar, terwijl de levensduur van een keramische dakpan circa 75 jaar is. Bij een gebouwlevensduur van 75 jaar is voor een rieten dak één keer een vervanging van het dak nodig (met alle bijbehorende milieueffecten), terwijl dat niet nodig is voor een dak met keramische dakpannen.

Afval

Hoewel biobased producten in theorie goed te verwerken zijn en de verwerking helemaal aansluit bij de gedachte van een circulaire economie, zijn er in de praktijk vaak nog wel slagen te maken. Er zijn nog nauwelijks 100% biobased producten beschikbaar. Ter illustratie: Een kozijn van hout wordt verlijmd met synthetische lijm en afgewerkt met verf. Het kozijn is in grote mate biobased, maar de verschillende materialen zijn lastig van elkaar te scheiden en zullen daardoor in de afvalfase suboptimaal worden verwerkt.

Figuur 1: Afbeelding van de kringloop van biologische en technologische producten, waarbij de twee kringlopen zo goed mogelijk gescheiden moeten blijven.

 

Concurreren met de voedselindustrie

Een ander aspect, wat geen invloed heeft op de milieuscore van biobased producten, maar wel een belangrijk aandachtspunt is, is de mogelijke concurrentie met de voedselindustrie. Een gevolg van de inzet van biobased grondstoffen is dat voedselproductie in het gedrang komt. Het wordt lucratiever om grondstoffen te produceren voor bouwproducten dan voedsel. Het gevolg hiervan is dat er minder voedsel beschikbaar is en dat het armste deel van de wereldbevolking daaronder lijdt.

Potentie biobased bouwen

Helaas zien we dat biobased producten in LCA berekeningen nu nog niet altijd de beste scores behalen. Het is te verwachten dat biobased bouwen een enorme potentie heeft als het aankomt op duurzaam bouwen, maar daarvoor moet de biobased industrie verder groeien. Het is te verwachten dat schaalvergroting kan leiden tot betere milieuscores. De productieprocessen van traditionele bouwproducten hebben al vele efficiëntieslagen achter de rug als gevolg van jarenlange technologische en logistieke optimalisaties. De relatief nieuwe biobased materialen zitten nog in de lift en grote efficiëntieslagen moeten nog gemaakt worden. Bij de verder optimalisatie dient ook rekening gehouden te worden met de eerder genoemde aandachtspunten. Biobased materialen hebben de potentie om zeer goede milieuscores te halen, maar binnen de levenscyclus van de biobased materialen zijn er aspecten, die vaak nog optimalisatie behoeven. Bovendien zijn 100% biobased materialen nog schaars en worden biologische materialen en andere materialen veelal met elkaar verbonden of vermengd.

Om het biobased bouwen verder op weg te helpen is inzicht en herkenbaarheid in de markt van biobased materialen gewenst. Het is vaak niet duidelijk in welke mate een product biobased is en of het daadwerkelijk duurzamer is dan de gangbare alternatieven. Daarom is het NIBE bezig met het ontwikkelen van een Biobased-keurmerk. Naast de eisen om aan de definitie van biobased materialen te voldoen, zal voor het keurmerk de milieuscore van belang zijn. Daarmee wordt het doel van biobased materialen niet uit het oog verloren: zo duurzaam mogelijk bouwen.

Voor meer informatie: info@nibe.org of 035-6948233 

Voorbeeld 1: strobalen vs lijmblokken

In de milieuclassificatie van de productgroep “niet dragende binnenwanden” heeft het NIBE onder andere de producten strobalen en lijmblokken getoetst. Van beide materialen is een LCA opgesteld en de resultaten hiervan zijn zo opgesteld dat ze met elkaar vergelijkbaar zijn. In de onderstaande grafiek zijn de resultaten hiervan weergegeven. Het best scorende product zijn de lijmblokken van rogips, welke zijn afgewerkt met een stuclaag. De wanden van strobalen zijn in drie varianten weergegeven. De eerste variant bestaat uit strobalen uit de gangbare landbouw en afgewerkt met een stuclaag. De tweede variant is hetzelfde, maar daarin komen de strobalen uit de biologische landbouw. En de laatste variant bestaat uit strobalen van biologische kwaliteit en zijn ze afgewerkt met leem.

De milieuscore van de strobalen is in alle varianten een stuk slechter dan van de rogips lijmblokken. De verklaring voor de score is dat de rogips lijmblokken op het aspect van grondstoffen een lage score heeft, omdat het gerecyclede materialen betreft. Bovendien wordt een belangrijk deel van de milieuimpact van de strobalen veroorzaakt door het stalen wapeningsnet (ca. 15%) en de afwerklaag (30-40%) die veel dikker aangebracht moet worden bij stro, dan bij de lijmblokken.

Figuur -2: Vergelijking tussen de strobalen binnenmuren en de milieutechnisch beste binnenmuur van rogips lijmblokken

 

Voorbeeld 2: BIO-EPS vs traditioneel EPS

In de milieuclassificatie van de productgroep “spouwisolatie” heeft het NIBE onder andere de producten BIO-EPS en traditioneel EPS getoetst. BIO-EPS is gemaakt van melkzuren (biopolymeren) afkomstig uit de restafval van de rietsuikerindustrie. Van zowel de BIO-EPS als de traditionele EPS (aardolie) is een LCA gemaakt en zijn de resultaten vergeleken voor spouwmuurisolatie met een Rc van 4,5.

De LCA-resultaten geven het milieuvoordeel van het biobased EPS duidelijk weer in vergelijking met de traditionele EPS.

 

Figuur 3 Bio-EPS platen milieutechnisch vergeleken met traditionele EPS-platen

Nieuws
Nieuws
NIBE in de media
Nieuws