Nu al 80% milieu-impact reductie mogelijk bij inkoop bouwmaterialen:

06
Nov
2016

Auteurs: Bas Slager (Repurpose en BOOT) en Kamiel Jansen (NIBE)

De aanleiding was…

... het doorrekenen van de milieu-impact reductie door een circulaire tool. Dit artikel gaat niet over deze tool (de Bouwmarktplaats) maar over de milieu-impact reductie bij de Gooische Mij dankzij hergebruik via deze tool.
 
Vanuit de Economic Board Utrecht (initiator) hebben Repurpose (kartrekker), BOOT organiserend ingenieursbureau, Venus sloopwerken, Era Contour, Interface, CRH, Suez, Rever interieurprojecten, NIBE en Portaal gewerkt aan een oplossing om hergebruik net zo toegankelijk te maken als het inkopen van nieuwe bouwmaterialen. Momenteel investeren BOOT, Venus, IMIX projecten en Repurpose tijd en geld in de verdere ontwikkeling van deze tool.
 
repurpose laptop
Afbeelding 1: mockup van de Bouwmarktplaats
 
Er is gekeken naar het effect van hergebruik van bouwmaterialen uit verschillende sloopprojecten (in drie omliggende steden) in de nieuwbouw van de ‘Gooische Mij’. Naast een flinke besparing op inkoop van al deze materialen blijkt dit een enorme milieuwinst op te leveren. In die mate dat de milieuspecialist (die de milieu-impact reductie berekent heeft) erg verrast was…
 
Afbeelding 2: Links een impressie van de ‘Gooische Mij’. Rechts is deze groen aangegeven. Grijs zijn Amsterdam, Utrecht en Amersfoort aangegeven waar de materialen voor hergebruik vandaan komen.
 

Potentiële milieuwinst voor ‘de Gooische Mij’

Gemiddeld 83% milieu-impact reductie

Het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE) heeft de milieuwinst doorgerekend voor hergebruik van deze vijf basis bouwmaterialen die geschikt zijn voor hergebruik in het project ‘de Gooische Mij’. 
 
Afbeelding 3: De herbruikbare basismaterialen: systeemplafond, stalen constructie, HPL deuren, houten balken voor de vloeren en underplayment platen.
 
De milieuwinst van het direct hergebruik varieert tussen de 76% en de 97% milieuwinst ten opzichte van het gebruik van hetzelfde product nieuw. In grafiek 1 wordt de milieuwinst weergegeven.
 
Grafiek 1: Milieuwinst van de vijf producten. Het gewogen gemiddelde reductie over het gehele casusproject is 83% minder milieu-impact.
 
In totaal kan er voor het casusproject ‘de Gooische Mij’ een reductie worden behaald van 
€ 6.920,- aan schaduwkosten (straks leggen we uit dat wat dit is). Deze voorkomen milieu-impact is gelijk aan 331.100 km rijden in een personen auto (Diesel Euro 5). Dit betekent dat je ongeveer 640 keer de afstand van Amsterdam naar Parijs kan afleggen.
 
 

Grootste haalbare winst door de staalconstructie

Door hergebruik van stalen HEA 280 liggers wordt er ruim € 3.000,- aan schaduwkosten bespaard, wat bijna de helft van de reductie is bij dit project.
 
Het grote verschil in milieu-impact tussen een standaard stalen ligger[2] en direct hergebruikt staal komt voornamelijk doordat de volgende milieuvervuilende fases voor de productie van nieuw staal niet meer nodig zijn:
  • Winning van nieuwe grondstoffen (voornamelijk ijzererts en steenkool) in bijvoorbeeld Australië en Brazilië; 
  • Transport over zee naar de hoogovens; 
  • Omsmelten van ijzererts en steenkool tot stalen liggers; 
  • Coating van de stalen liggers.
 
Afbeelding 4: Links hergebruikte stalen profielen, rechts nieuwe. Beiden zijn voorzien van een nieuwe coating.
 
Bij direct hergebruik van een ligger wordt deze ‘gewonnen’ uit een sloopplaats in Nederland. Om aan de nieuwe bouwbesluiteisen te voldoen moet deze stalen balk nog wel worden voorzien van een coating. Bij hergebruik veroorzaakt de ‘winning’ maar 5% van de milieu-impact terwijl de nieuwe coating 95% impact veroorzaakt.
 
 

Waarom hergebruik zo’n positieve impact heeft 

De achterliggende wetenschappelijke rekenmethode: 

Om te bepalen wat de milieu-impact reductie is bij direct hergebruik, moet er een eerlijke milieukundige vergelijking worden gemaakt. In Nederland hebben we afgesproken dat we deze vergelijking doen op basis van een levenscyclus analyse (LCA[1]). Bij een LCA wordt berekend wat de milieueffecten zijn die worden veroorzaakt door een materiaal gedurende zijn hele leven. 
 
In totaal worden er 11 milieueffecten meegerekend in Nederland. Bijvoorbeeld het broeikaseffect (globalwarming), de ozonlaag aantasting en de uitputting van grondstoffen. Om de producten op milieugebied gemakkelijk te kunnen vergelijken worden de milieueffecten gewogen en daarna opgeteld tot één getal; de schaduwprijs. Schaduwprijs is gedefinieerd als: ‘de theoretische schatting van de kosten, die de overheid er voor over heeft om de milieuschade te voorkomen of te verhelpen’.
 

Waarom hergebruik zo’n impact heeft in een LCA-berekening

Een product wat direct wordt hergebruikt heeft op milieugebied een groot voordeel, de milieu-impact van veel fases in de LCA zijn namelijk al gemaakt voor het primaire (nieuwe) product. Dat wil zeggen dat deze al zijn ‘afgeschreven’ tijdens het leven van het bouwmaterialen in het te slopen gebouw. Deze impact wordt niet meer aan het hergebruikte product toegerekend in het nieuwe gebouw. Dit bespaart een hoop milieueffecten die gepaard gaan bij de winning van de grondstoffen en de productie. Daarnaast voorkom je een afvalprobleem.
 
Afbeelding 5: In rood de LCA fases die voor een primair product mee worden genomen, in Groen de fases die voor een direct hergebruikt product worden meegenomen.
   

Opmerkelijke factoren van invloed op milieu-impact

Factoren
Een aantal factoren hebben een opmerkelijke invloed op hergebruik dit lichten we nu toe. Daarna schetsen we hoe de toekomst eruit kan zijn bij meer hergebruik.
 
Demonteren VS slopen
Bij de LCA van het primaire product behoort ook de milieu-impact van de sloop en demontage. De reden hiervoor is dat sloop/demontage sowieso voor het primaire product moet plaatsvinden.
Daarnaast hebben we gemerkt dat bij het hergebruiken van producten er bij de sloop minder zwaar materieel nodig is, maar meer handwerk. De slopers van de toekomst zullen waarschijnlijk meer op verhuizers lijken dan op sloopaannemers. Hierdoor is het waarschijnlijk dat er minder energie voor het demonteren wordt gebruikt dan voor het traditioneel slopen.
 
Refurbishment VS productie
Sommige producten zijn geschikt voor hergebruik zonder enige vorm van onderhoud. Een groot deel van de hergebruikte producten moeten echter opgeknapt (refurbishment) worden, bijvoorbeeld het aanbrengen van een nieuwe laklaag voor een kozijn. Dit onderhoud heeft uiteraard een negatieve milieu-impact die ook in de LCA berekening meegenomen is.
 
    
Transport afval VS transport hergebruik
Voor direct hergebruik zijn de transportafstanden (van sloopproject naar nieuwbouwproject) anders dan bij traditionele afvalverwerking (van sloopproject naar afvalverwerking). Bij deze vergelijking zijn ook eventuele tussenstops voor bijvoorbeeld onderhoud of tijdelijke opslag bij hergebruik meegenomen. Uit de berekeningen voor de ‘Gooische Mij’ blijkt dat de afstand bij hergebruik kleiner is dan de forfaitaire transportafstand naar een afvalwerker.
 
Andere levensduur en onderhoud
Nadat een hergebruikt product wordt toegepast in een nieuwbouwproject, doorloopt het dezelfde levensfases als een nieuw product. Als een hergebruikt product veel minder lang meegaat dan primair bouwmateriaal betekent dit dat deze vaker vervangen moet worden en/of extra onderhoud nodig heeft. Dit kan een grote negatieve invloed hebben op de milieu-impact van hergebruikt bouwmateriaal. Omdat het voor hergebruikte producten nu nog lastig is om de kwaliteit te controleren en te waarborgen, hebben we m.b.t. de levensduur en onderhoud conservatief gerekend bij de LCA berekeningen van de vijf materialen.
 

Wat dit zegt over een toekomstige circulaire bouw

De bouw heeft de meeste potentie!

Afbeelding 8: links: downcycling van betongranulaat onder de weg (minderwaardige toepassing dan voorheen), in het midden: recycling van betongranulaat in nieuw beton en rechts: hergebruik van een betoncomponent in een nieuw gebouw.
 
Circa 40% van wat er jaarlijks aan afval wordt geproduceerd komt uit de bouwsector. Daarmee is de bouwsector de meest kansrijke sector voor circulair demonteren en bouwen. In Nederland doen we het volgende met ons afval: 
  • Verbranding voor energie;
  • vooral veel downcycling (zie afbeelding 7 een voorbeeld); 
  • aardig wat recycling en
  • vrijwel nog geen hergebruik.
 

Ontwerpen voor hergebruik biedt kansen

Op dit moment is hergebruik nog maatwerk. De milieu-impact reductie van 83% bij de ‘Gooische Mij’ in combinatie met besparing op inkoop zijn dusdanig interessant dat het een logische eerste keus zou moeten zijn om nu al te kijken naar hergebruik bij nieuwbouw. 
 
Wat zal toenemen is de productie van circulaire producten. Deze producten zijn gemakkelijk aan te passen aan veranderende eisen. Indien men zich toch wil ontdoen van deze circulaire producten, zijn ze eenvoudig terug te brengen tot zuivere te recyclen grondstoffen. De informatie over de mogelijkheden en de samenstelling zijn bewaard in een centrale database, bereikbaar voor iedere gebouweigenaar.
 
Wanneer we op deze manier de circulaire economie gangbaar maken in Nederland, levert dat het volgende op:
  • een aanzienlijke hoeveelheid milieu-impact reductie; 
  • nieuwe bedrijvigheid in refurbishing van materialen (en verschuiving van de maak industrie naar deze nieuwe industrie);
  • besparing op sloop en demontage kosten;
  • besparing op inkoop bij nieuwbouw;
  • veel langer tot oneindig veel gebruik van eindige grondstoffen;
  • minder afhankelijk van andere landen met een grondstofmonopolie en
  • daardoor minder ‘vatbaar’ voor prijsschommelingen op de internationale markt.
 
 
[1] Voor de beoordeling van de milieueffecten is zoveel mogelijk aangesloten bij de SBK bepalingsmethode versie 2.0 [2], EN 15804, NEN-EN-ISO 14040, NEN-EN-ISO 14044 en de eisen uit ISO 21930 en ISO 14025.
[2] Hiervoor zijn de LCA (MRPI-bladen) gegevens van bouwen met staal gebruikt. Referentie nummer: 9.2.00011.004 uit 2013 (geldig tot januari 2018).