Watertoren Bussum - bouw gestart van duurzaamste kantoor
Na jarenlang plannen maken is er in maart 2009 begonnen met de ingrijpende renovatie van de watertoren in Bussum. Het 36 meter hoge herkenningspunt van Bussum wordt omgebouwd tot het meest duurzame kantoorgebouw van Nederland, tezamen met het naast de toren gelegen nieuw te bouwen paviljoen van 3.000 m2 bvo. Dit opmerkelijke particuliere initiatief werd in 2004 genomen door de heren Michiel Haas van het NIBE en Bob Custers van VOCUS architecten bna, samen vormen zij het Bussums Watertoren Collectief. Ondanks de kredietcrisis en recessie werd er toch in met de bouw begonnen. Aandacht voor duurzaamheid loont!

Het prominent bij het project geplaatste bouwbord waaruit duidelijk wordt wat hier gaande is.
(Bouwbord ontworpen door Vocus Architecten)
Wat maakt dit project zo bijzonder?
Energie - warmte/koude
Hier wordt extreem goed gescoord. Allerlei beproefde technieken worden gebruikt als warmtekoude opslag (wko), warmtepompen (wp), warmtekrachtkoppeling (bio-wkk), enz. Er wordt volledig voorzien in de eigen energiebehoefte.
In de warmtebehoefte wordt voorzien door de bio-wkk, die samen met de betonkernactivering het gehele gebouw van warmte kan voorzien. In extreem koude situaties wordt opgeslagen warmte in de bodem gebruikt voor de top verwarming. Koeling gebeurt eveneens via de bio-wkk met behulp van een absorptiekoelmachine, die warmte in koude kan omzetten, en opgeslagen koude in de bodem. Bij koeling wordt de koude eveneens via de betonkernactivering uit het gebouw getrokken in samenwerking met de ventilatie. Het gebouw heeft geen gasaansluiting.
Energie - elektra
Alle benodigde elektrische energie wordt door de eigen installaties opgewekt. Dat gebeurt door windenergie, PV-cellen en de bio-wkk. Op de toren komt een betrekkelijk kleine windmolen die ca. 8.000 kWh op jaarbasis zal opleveren, groter gaat niet omdat het metselwerk de dynamische krachten slecht op kan nemen. Er worden 30 m2 zonnecellen toegepast met een verwachte opbrengst van 3.200 kWh per jaar. Dat betekent dat er naar verwachting nog ca. 110.000 kWh per jaar door de warmtekrachtkoppeling moet worden opgewekt, die draait daarmee dan ca. 3.000 uur vollast per jaar. Daarmee wordt volledig in de eigen energiebehoefte voorzien, plus wat extra’s. Dat extra is nodig om klimaatneutraal te zijn.

Er wordt een Ropatec verticale as windmolen op de toren geplaatst. Helaas een betrekkelijk kleine omdat het metselwerk van de toren de dynamische krachten van een grotere molen niet aankan.
Energieneutraal - klimaatneutraal
Doordat de bio-wkk wordt gestookt met plantaardige afvalolie (uit huishouden en industrie) legt dit geen beslag op landbouwareaal voor voedselproductie en draagt het ook niet bij aan het broeikaseffect, omdat dit de kortcyclische CO2 kringloop is. Planten nemen CO2 op en staan dat weer af bij rot of verbranding, deze CO2 draagt daarmee niet bij aan het broeikaseffect, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen die miljoenen jaren geleden opgeslagen CO2 nu in de atmosfeer uitstoten.
Doordat de afvalolie met vrachtauto’s wordt aangevoerd die wel fossiele CO2 uitstoten, moet er extra energie opgewekt worden, meer dan er zelf verbruikt wordt om die CO2 emissie te compenseren. Pas dan kan het gebouw de claim van energieneutraal of klimaatneutraal gestand doen. Dat is hier het geval.
Waterverbruik - pand heeft geen rioolaansluiting
Ook op het gebied van waterverbruik scoort het project van de watertoren heel erg goed. Dat komt omdat al het eigen afvalwater, inclusief fecaliën, zelf gezuiverd wordt, het pand heeft geen rioolaansluiting. Het afvalwater wordt gezuiverd door middel van een helofytenfilter. Het zuivere water wat daar weer uitkomt, wordt hergebruikt voor de toiletspoeling van alle toiletten in het gebouw. Daarmee wordt 80% van het drinkwaterverbruik gespaard en ontstaat er een kleine waterkringloop met een geringe aanvulling voor drinkwater van het waterleidingbedrijf. Op deze schaal is een helofytenfilter in Europa nog niet toegepast.
Materialen
Er wordt geen bijzonder hoge materiaalscore bereikt bij de watertoren, dat blijkt in de huidige tijd ook nog moeilijk. Er is gekozen voor een betonprefabconstructie met glazen gevels voor het paviljoen achter de toren en voor het torengedeelte voor een staal/beton constructie met veel glas. Belangrijk was om een mooie transparante uitstraling te krijgen in de bosrijke omgeving. Doordat de constructie in veel gevallen overeenkomt met de afwerking wordt daar op materialen gespaard, hetgeen een positieve invloed op de materiaalscore heeft.

Het staalwerk van de kop van de toren. De onderste verdieping is de omloop waar de lift boven komt en waar de trap begint. Daarna volgt een kantoorverdieping en nog een kantoorverdieping (waar NIBE gehuisvest wordt) en de panoramaruimte met omloop buiten.
(bron: Broeze Nijverdal)
Door al deze maatregelen is het watertoren project het meest milieuvriendelijke kantoorgebouw dat er momenteel gebouwd wordt.
Architectonische uitdaging
De uitdaging vormt de in verval geraakte watertoren uit 1897. De omkleding van het watervat met geribbeld aluminium werd ooit door van Kooten & De Bie aangeduid als het ‘horlogeknopje van Nederland’. Dat gaat verdwijnen. In de moderne interpretatie van de oorspronkelijke watertoren zal een glazen kop op de toren verrijzen, waarin enkele vergader- en kantoorruimten komen. Hieraan gekoppeld wordt een laag paviljoen gebouwd waarin kantoren worden gerealiseerd. Hierdoor wordt de Bussumse Watertoren in ere hersteld als landmark.

Hier is links het oude gebouw te zien als ‘horloge knopje van Nederland’ en rechts hoe het gaat worden. (bron: Vocus Architecten)
Milieu-Index-Gebouw van 640 - duurzaamheid is meetbaar te maken
Het project watertoren Bussum claimt het meest duurzame gebouw van Nederland te zijn dat tot nu toe gerealiseerd wordt. Deze claim wordt onderbouwd met een getal, de Milieu-Index-Gebouw (MIG) van 640. Uit stukken uitgegeven door het Ministerie van VROM[1] blijkt dat hoe hoger de score hoe minder milieubelastend en dat de hoogste score tot nu toe het Rijkswaterstaatkantoor te Terneuzen is met een MIG323 en dan het WNF-kantoor met een MIG269. De watertoren rekt dat getal meteen op tot 640.
Deze meetbare eenheid van duurzaamheid wordt berekend met het LCA-programma GreenCalc+, een computerprogramma dat een levenscyclusanalyse maakt van een totaal gebouw. Op basis van het programma van eisen of op basis van het reeds uitgevoerde werk, kan het programma de duurzaamheid van het gebouw berekenen. Dat gebeurt voor drie onderwerpen: materiaal , energieverbruik en waterverbruik. Dat zijn meetbare eenheden, daar is de duurzaamheid, de milieubelasting, meetbaar van te bepalen.
Een gebouw dat weinig materiaal gebruikt, slank geconstrueerd is, constructie meteen als afwerking beschouwd en met milieuvriendelijke materialen gebouwd is scoort op materiaalgebied goed. Op energiegebied is het van belang dat het gebouw weinig energie nodig heeft voor verwarming en koeling, dat de gebruikers zo min mogelijk energie verbruiken voor ventilatie, verlichting, liften, maar ook voor de computers, beeldschermen, printers enz. van de gebruikers. Die energie die benodigd is wordt opgewekt op basis van duurzame bronnen. Ten slotte wordt bepaald hoeveel water er door de gebruikers van het gebouw verbruikt wordt. Als al deze onderdelen een minimale milieubelasting scoren, kan het gebouw een duurzaam gebouw zijn.
Er zijn echter ook niet-meetbare aspecten die mede bepalend zijn voor de duurzaamheid van een gebouw. Te denken valt aan aspecten als multifunctionaliteit, aanpasbaarheid, maar ook schoonheid.
De Rijksoverheid heeft bepaald dat het rijk in 2010 voor 100% duurzaam moet inkopen ter stimulering van een duurzame samenleving. SenterNovem heeft de criteria voor duurzaam inkopen in overleg met alle Rijksdiensten en marktpartijen vastgelegd. Daarin is ondermeer bepaald dat als een gebouw aan een GreenCalc+ score van Milieu-Index-Gebouw (MIG) van 200 wordt voldaan, er duurzaam wordt ingekocht. Met de Watertoren Bussum wordt dit niveau van duurzaam inkopen met een factor 3 overschreden, dat wil zeggen dat de watertoren drie keer minder milieubelastend is dan wat de Rijksoverheid anno 2010 duurzaam inkopen vindt.
Echte duurzaamheid wordt waarschijnlijk pas bereikt wanneer we aan scores denken van een Milieu-Index-Gebouw van 2000 en hoger. Daar zijn we voorlopig nog niet aan toe.
Toekomstige gebruikers
De organisaties die zich na oplevering vestigen in het watertorencomplex zijn:
Accountantskantoor Meeuwsen Ten Hoopen (tevens nieuwe eigenaar)
Grafisch Designbureau Brand New Design
Adviesbureau Duurzaam Bouwen Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE)
Huidige stand van zaken
Zoals gezegd er is met de bouw in maart begonnen. Er werken twee aannemers op het werk, Belmer Bouw uit Almere en Hercuton uit Nieuw Cuijck. De installaties worden verzorgd door Terberg Systeemintegratie uit Nieuwegein.
Inmiddels is de bouwput uitgegraven, de kop van de toren gesloopt en de fundering van het paviljoen gestort.
Hier is goed te zien dat de bouwput uitgegraven is, de fundering voor het paviljoen is gestort en, minder goed te zien, de kop van de toren is gesloopt. De zandvlakte aan de rechterkant op de foto is de plek waar de kop van de toren wordt opgebouwd om daarna op de toren gehesen te worden. Dit zal ergens in september moeten plaatsvinden. (foto: Sjoerd Rietstra)
[1] One number says it all, een uitgave van het Ministerie van VROM, een brochure met uitleg over de rekenmethodiek GreenCalc+ die ten grondslag ligt aan deze Milieu-Index-Gebouw en een poster waarop projecten gebenchmarked worden.

Michiel Haas, directeur NIBE, wil met zijn weblog persoonlijke waarnemingen, ervaringen en interessante kennis
onder de aandacht brengen.